Fauna-inclusief bouwen verplicht in 2026: wat verandert er met het Bbl?

De Nederlandse bouwsector staat voor een ingrijpende verandering. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) wordt naar verwachting in 2026 gewijzigd met een verplichte eis om verblijfplaatsen te creëren voor drie beschermde gebouwafhankelijke soorten: de gierzwaluw, de huismus en de gewone dwergvleermuis. Dit betekent dat fauna-inclusief bouwen niet langer een vrijblijvende ambitie is, maar een wettelijke verplichting wordt bij nieuwbouw en grootschalige renovatieprojecten. Voor projectontwikkelaars, gemeenten en aannemers heeft dit directe gevolgen voor planning, ontwerp en budgettering. In dit artikel leggen we uit wat er precies verandert, welke eisen je kunt verwachten en hoe je je hier nu al op voorbereidt.
Wat is het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)?
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is een van de vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) onder de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking trad. Het Bbl bevat de technische bouwvoorschriften die voorheen in het Bouwbesluit 2012 stonden. Denk aan eisen voor constructieve veiligheid, brandveiligheid, energiezuinigheid en gezondheid. Het Bbl bepaalt dus de minimumeisen waaraan elk bouwwerk in Nederland moet voldoen.
De voorgestelde wijziging voegt daar een geheel nieuw hoofdstuk aan toe: eisen voor het realiseren van verblijfplaatsen voor gebouwafhankelijke fauna. Dit is uniek in de Nederlandse bouwgeschiedenis. Voor het eerst worden ecologische voorzieningen op dezelfde manier behandeld als brandtrapppen of isolatie-eisen — als een harde, toetsbare verplichting in het bouwproces.
De verwachte ingangsdatum van de fauna-inclusieve verplichting is medio 2026. De exacte datum hangt af van het wetgevingsproces in de Tweede en Eerste Kamer, maar de internetconsultatie is afgerond en het draagvlak is breed. Gemeenten en omgevingsdiensten bereiden zich al actief voor op de handhaving van deze nieuwe norm. Wil je meer weten over de huidige mogelijkheden voor fauna-inclusief bouwen? Lees dan ons artikel over nestkasten, vleermuisverblijven en gierzwaluwstenen.
Welke soorten worden beschermd?
De Bbl-wijziging richt zich op drie soorten die voor hun voortbestaan in hoge mate afhankelijk zijn van gebouwen. Deze soorten zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming en de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Door de grootschalige renovatie en verduurzaming van het bestaande woningbestand zijn hun populaties de afgelopen decennia sterk achteruitgegaan.
Gierzwaluw
De gierzwaluw nestelt al meer dan duizend jaar in spouwmuren, dakranden en andere holtes in gebouwen. Deze spectaculaire trekvogel brengt het grootste deel van zijn leven vliegend door en is volledig afhankelijk van gebouwen als broedlocatie. Door na-isolatie van spouwmuren, het dichten van dakranden en de sloop van oude panden verdwijnen nestlocaties in rap tempo. In sommige steden is de populatie met meer dan 60% afgenomen in de afgelopen twintig jaar. Een ingebouwde gierzwaluwsteen biedt een permanente, onderhoudsvrije broedlocatie die naadloos in het metselwerk past.
Huismus
De huismus is een van de meest herkenbare stadsvogels van Nederland, maar zijn populatie is sinds de jaren negentig met bijna de helft gedaald. De huismus broedt bij voorkeur onder dakpannen, in nok- en randpannen en in openingen in gevels. Moderne bouwmethoden met strakke, gesloten dakconstructies bieden geen ruimte meer voor nesten. Daarnaast verdwijnt het voedselaanbod door verstening van tuinen en het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Geïntegreerde mussenkasten — bij voorkeur in clusters van minimaal drie — zijn een effectieve oplossing die eenvoudig in de gevel of onder de dakrand kan worden opgenomen.
Gewone dwergvleermuis
De gewone dwergvleermuis is de meest voorkomende vleermuissoort in Nederland en overwintert in spleten en holtes van gebouwen. In de zomermaanden gebruiken vrouwtjes gebouwen als kraamkamer voor hun jongen. De dwergvleermuis is strikt beschermd onder de Habitatrichtlijn. Spouwmuurisolatie, gevelrenovatie en het vervangen van dakbedekking zijn de belangrijkste oorzaken van het verlies van verblijfplaatsen. Vleermuiskasten, ingebouwde spouwstenen met vleermuisingang en open ruimtes achter gevelbekleding bieden alternatieve verblijfplaatsen die bij nieuwbouw moeiteloos kunnen worden geïntegreerd.
Wat zijn de verwachte verplichtingen?
Hoewel de definitieve tekst van de Bbl-wijziging nog niet is vastgesteld, zijn de contouren duidelijk op basis van de internetconsultatie en de toelichting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De verwachte verplichtingen omvatten het volgende:
- Bij nieuwbouw van woningen en utiliteitsgebouwen moeten verblijfplaatsen voor minimaal twee van de drie doelsoorten worden gerealiseerd
- Het minimumaantal verblijfplaatsen wordt gekoppeld aan het type gebouw: per grondgebonden woning minimaal twee voorzieningen, bij gestapelde bouw een norm per bouwlaag
- Fauna-voorzieningen moeten integraal worden opgenomen in het bouwontwerp en het bestek — achteraf ophangen van losse nestkasten voldoet niet aan de norm
- Bij ingrijpende renovaties (zoals spouwmuurisolatie, dakvervanging of gevelrenovatie) geldt een vergelijkbare verplichting als compensatie voor verloren verblijfplaatsen
- Handhaving verloopt via de gemeente en de regionale omgevingsdienst, vergelijkbaar met de handhaving van andere Bbl-eisen
De verwachte ingangsdatum is medio 2026, maar er wordt gerekend op een overgangsperiode van zes tot twaalf maanden voor projecten die al in de vergunningsfase zitten. Projecten die nu in de structuurontwerp- of voorlopig-ontwerpfase zitten, doen er verstandig aan om nu al fauna-inclusief te ontwerpen. Wachten tot de wet definitief is, betekent duurdere aanpassingen later in het traject.
Wat betekent dit voor projectontwikkelaars?
Voor projectontwikkelaars is de boodschap helder: hoe eerder je fauna-inclusief bouwen integreert in het ontwerpproces, hoe lager de kosten en hoe kleiner het risico op vertraging. De financiële impact is goed te overzien wanneer je vroeg begint:
Een ingebouwde gierzwaluwsteen kost €30–80 per stuk wanneer deze in de SO-fase wordt meegenomen. Achteraf een nestkast ophangen of een gevel openbreken kost al snel €150 of meer per voorziening. Bij een project van honderd woningen scheelt dat tienduizenden euro's.
Door fauna-voorzieningen te combineren met standaard gevelelementen — zoals lateien, spouwankers of ventilatiestenen — blijven de meerkosten beperkt tot €50–120 per verblijfplaats. Leveranciers bieden steeds meer kant-en-klare producten aan die naadloos in gangbare bouwsystemen passen.
Schakel een ecoloog in tijdens het structuurontwerp. Een ecologische quickscan kost €1.500–3.000 en levert een helder advies op over welke soorten relevant zijn, hoeveel voorzieningen nodig zijn en waar ze het beste geplaatst worden. Dit voorkomt verrassingen in latere fasen.
Fauna-inclusief bouwen is een steeds sterker verkoopargument. Kopers en huurders waarderen zichtbaar groen en levendige gebouwen. Het draagt bij aan BREEAM-scores, GPR-waarderingen en gemeentelijke duurzaamheidslabels.
Meer weten over de financiële onderbouwing? Lees ons uitgebreide artikel over alles over natuurinclusief bouwen. Of bekijk direct wat LibiBouw voor ontwikkelaars kan betekenen.
Wat kunnen gemeentes nu al doen?
Gemeenten hoeven niet te wachten op de landelijke Bbl-verplichting. De Omgevingswet biedt ruime mogelijkheden om via het Omgevingsplan nu al aanvullende eisen te stellen aan fauna-inclusief bouwen. Diverse koplopergemeenten doen dit al met succes:
- Anticipeer op de Bbl-wijziging door fauna-inclusieve eisen op te nemen in uw Omgevingsplan. Dit geeft rechtszekerheid aan ontwikkelaars en voorkomt discussie bij vergunningverlening.
- Introduceer een biodiversiteitspuntensysteem waarmee ontwikkelaars kunnen kiezen uit een menu van maatregelen. Dit biedt flexibiliteit zonder afbreuk te doen aan de ecologische doelen.
- Stel ecologische kennis beschikbaar aan vergunningverleners en plantoetsers. Zij moeten straks kunnen beoordelen of fauna-voorzieningen correct zijn opgenomen in bouwplannen.
- Werk samen met ecologische adviesbureaus en kennisinstituten om een lokale soortenatlas op te stellen. Dit maakt maatwerk per locatie mogelijk.
Lees hoe LibiBouw gemeentes ondersteunt bij het opzetten van biodiversiteitsbeleid. Of lees ons artikel over hoe gemeentes biodiversiteit kunnen stimuleren in nieuwbouw.
Veelgestelde vragen
Geldt de verplichting ook voor renovaties?
Ja, de verwachte Bbl-wijziging richt zich niet alleen op nieuwbouw maar ook op ingrijpende renovaties. Bij een ingrijpende renovatie — zoals een dakvervanging, gevelrenovatie of spouwmuurisolatie — wordt verwacht dat je fauna-voorzieningen integreert als onderdeel van het bouwplan. De exacte definitie van 'ingrijpend' wordt vastgelegd in het Bbl, maar sluit aan bij de bestaande definities in de Omgevingswet. Kleine onderhoudswerkzaamheden zoals het vervangen van een dakpan of het schilderen van kozijnen vallen hier niet onder. Het gaat specifiek om ingrepen die de bouwkundige structuur van het gebouw raken en daarmee bestaande verblijfplaatsen van beschermde soorten kunnen verstoren.
Hoeveel nestkasten zijn er verplicht per woning?
De verwachte minimumnorm schrijft voor dat per grondgebonden woning ten minste twee verblijfplaatsen worden gerealiseerd voor gebouwafhankelijke soorten (gierzwaluw, huismus of gewone dwergvleermuis). Bij gestapelde bouw — zoals appartementen — geldt een norm per bouwlaag of per aantal wooneenheden, afhankelijk van het type gebouw en de locatie. Gemeenten mogen via het Omgevingsplan aanvullende of strengere eisen stellen. In de praktijk adviseren wij om minimaal drie tot vijf voorzieningen per woning te realiseren, omdat gierzwaluwen en huismussen in kolonieverband broeden en een hogere dichtheid de effectiviteit sterk vergroot.
Wat als mijn project al in de bestekfase zit?
Als je project al in de bestekfase zit, is het nog steeds mogelijk om fauna-voorzieningen te integreren, al zijn de kosten hoger dan bij vroegtijdige integratie. Ingebouwde gierzwaluwstenen en vleermuiskasten kunnen vaak nog worden opgenomen in het metselwerk- of gevelbestek zonder het ontwerp fundamenteel te wijzigen. Opbouwkastjes vormen een alternatief als inbouwen niet meer mogelijk is, maar voldoen mogelijk niet aan de definitieve Bbl-norm. Neem contact op met LibiBouw voor een quickscan van je bestek — wij adviseren welke aanpassingen nog haalbaar zijn en welke kosten daarbij komen kijken.
Bereid je voor op het Bbl
Wil je weten wat de verwachte Bbl-verplichtingen betekenen voor jouw specifieke project? Of zoek je ondersteuning bij het integreren van fauna-inclusieve maatregelen in je ontwerp of bestek? Plan een vrijblijvend oriëntatiegesprek met LibiBouw. Wij helpen ontwikkelaars, gemeenten en architecten om fauna-inclusief bouwen slim, kostenefficiënt en toekomstbestendig te integreren — van quickscan tot opleveringsinspectie.
Neem contact op
