LibiBouw LogoLibiBouw
Wetgeving

Omgevingswet en biodiversiteit: wat verandert er voor bouwprojecten?

14 juli 20269 min leestijd
Omgevingswet en biodiversiteit — natuurinclusieve wetgeving voor bouwprojecten

Met de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is het Nederlandse ruimtelijke ordenings- en milieurecht ingrijpend hervormd. Wat betekent dit voor biodiversiteit en natuurinclusief bouwen? Op deze pagina zetten we op een rij wat er sinds 2024 is veranderd, wat de verwachte Bbl-uitbreiding in 2026 en de doorontwikkeling naar 2028 inhouden, hoe de rol van de gemeente in vergunningverlening is verschoven, en welke praktische checklist architecten en ontwikkelaars vandaag al kunnen hanteren.

Voor de bredere context van deze aanpak zie de pillarpagina natuurinclusief bouwen. Voor de verwachte verplichting per 2026 zie ook onze uitgebreide analyse van fauna-inclusief bouwen verplicht in 2026.

Wat verandert er met de Omgevingswet (2024+)?

De Omgevingswet vervangt 26 wetten en tientallen AMvB's door één samenhangend stelsel. Voor de fysieke leefomgeving werken vier centrale AMvB's dat stelsel uit: het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Omgevingsbesluit (Ob). Voor de bouw is vooral het Bbl relevant: hier staan de technische bouwvoorschriften die voorheen in het Bouwbesluit 2012 stonden.

Eén stelsel, één loket

Waar voorheen een bouwer met milieu-, ruimtelijke-, natuur- en watervergunningen afzonderlijk te maken had, verloopt aanvraag en toetsing nu via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Dit zou moeten leiden tot snellere en samenhangende besluitvorming — in de praktijk vraagt het van bouwers een aanzienlijke aanpassing in het aanleveren van dossiers.

Wet natuurbescherming geïntegreerd

De Wet natuurbescherming is opgegaan in de Omgevingswet. Bescherming van soorten en Natura 2000 blijft materieel gelijk, maar de aanvraag heet nu 'omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit' en verloopt via het DSO. Dit betekent dat een SMP of een quickscan al vroeg in het proces onderdeel is van de omgevingsvergunning, niet meer een aparte procedure.

Omgevingsplan als kernstuk

Elke gemeente krijgt één Omgevingsplan, dat de bestemmingsplannen en beleidsregels vervangt. In het Omgevingsplan kan de gemeente natuurinclusief-eisen opnemen die gelden bij nieuwbouw en renovatie. Dit maakt gemeentelijke sturing op biodiversiteit sterker en juridisch beter geborgd.

Meer beleidsvrijheid voor gemeenten

Waar het Rijk minimumnormen stelt, kunnen gemeenten via het Omgevingsplan strenger sturen. Voor natuurinclusief bouwen betekent dit dat de gemeentelijke aanpak (zoals in Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Rotterdam) nog belangrijker wordt dan de landelijke ondergrens.

Het Bbl 2026 en 2028: bouwtechnische eisen met biodiversiteitsimpact

Het Bbl kent twee aankomende mijlpalen die direct raken aan biodiversiteit: de fauna-inclusieve uitbreiding die naar verwachting medio 2026 in werking treedt, en een verdere aanscherping van bouwtechnische eisen richting 2028.

Mijlpaal
Kern
Impact op ontwerp
2024 — Omgevingswet in werking
Wet natuurbescherming geïntegreerd, DSO operationeel
Aanvragen verlopen via DSO; SMP en quickscan onderdeel van omgevingsvergunning
2026 — verwachte Bbl-uitbreiding
Verplichte fauna-verblijfplaatsen voor gierzwaluw, huismus, dwergvleermuis
Ingebouwde neststenen, vleermuisvides en huismusverblijven in bestek; renovatiecompensatie
2028 — verdere Bbl-aanscherping
Aanscherping van klimaatadaptieve en biodiverse bouweisen
Groenblauwe daken, waterberging op eigen terrein en biodivers groen krijgen sterker karakter van harde norm
Doorlopend
Omgevingsplan-eisen per gemeente
Lokale puntensystemen en aanvullende natuurinclusieve eisen; verschillen per gemeente
Let op: parlementair proces en overgang

De exacte inhoud en ingangsdatum van de Bbl-uitbreiding hangen af van behandeling in Tweede en Eerste Kamer. Vroege integratie in het ontwerp is ook nu al de verstandige route: het voorkomt herontwerp na de vergunningsfase en verlaagt de risico's bij aanbesteding.

De rol van de gemeente in vergunningverlening

De gemeente is onder de Omgevingswet in de meeste gevallen bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning. De consequenties voor natuurinclusief bouwen zijn concreet:

  • De gemeente toetst het bouwplan integraal aan het Bbl én aan het Omgevingsplan. Een plan dat wel voldoet aan het Bbl maar niet aan de gemeentelijke natuurinclusieve eisen krijgt geen vergunning.
  • Voor projecten in of nabij Natura 2000-gebied of met effect op streng beschermde soorten werkt de gemeente samen met provincie en omgevingsdienst. Een Aerius-toets, ecologische quickscan en zo nodig SMP horen bij het aanvraagdossier.
  • De gemeente kan aanvullende voorwaarden aan de vergunning verbinden: bijvoorbeeld het opnemen van fauna-voorzieningen, groene daken of ecologisch beheer.
  • Bij tenders en gronduitgifte kan de gemeente natuurinclusieve criteria als selectiecriterium hanteren. In steeds meer gemeenten is een ambitiedocument onderdeel van de aanbieding.
  • De gemeente handhaaft na oplevering: dit betekent dat wat op tekening beloofd is, ook fysiek moet zijn uitgevoerd. Zonder oplevercontrole van fauna-voorzieningen kan de vergunning niet worden gesloten.

Verdieping: lees ook hoe gemeenten biodiversiteit stimuleren in nieuwbouw en de systematiek van het gemeentelijke puntensysteem.

Praktische checklist voor architecten en ontwikkelaars

Deze checklist helpt bij het integreren van de Omgevingswet-vereisten in de projectroutine — bruikbaar vanaf de initiatieffase tot en met oplevering:

Initiatief- en definitiefase

  • Toets het Omgevingsplan van de betreffende gemeente op natuurinclusieve eisen
  • Toets de nabijheid van Natura 2000 en beschermde soorten
  • Stel een ambitiedocument op met meetbare KPI's
  • Betrek een ecoloog voor een oriënterende quickscan

Structuur- en voorlopig ontwerp

  • Neem fauna-voorzieningen op in gevel- en dakontwerp (gierzwaluw, huismus, dwergvleermuis)
  • Integreer groene daken en gevels als onderdeel van klimaatadaptatie
  • Ontwerp de groenblauwe structuur op perceel- én gebiedsniveau
  • Werk het verlichtingsplan uit met aandacht voor vleermuisroutes

Definitief ontwerp en bestek

  • Neem de KPI's uit het ambitiedocument letterlijk over in het bestek
  • Specificeer merken/typen fauna-voorzieningen met plaatsingsdetails
  • Beschrijf de opleveringscontrole per maatregel
  • Regel het beheer contractueel (VvE, gemeente, of eigenaar)

Omgevingsvergunning

  • Dien via DSO een integraal aanvraagpakket in (Bbl-toets, Omgevingsplan-toets, flora-en-fauna-activiteit)
  • Voeg quickscan, verlichtingsplan en (indien nodig) SMP toe
  • Documenteer aansluiting op gemeentelijk beleid en Omgevingsplan

Uitvoering en oplevering

  • Neem fauna-voorzieningen mee in de projectaudit voor oplevering
  • Documenteer as-built (foto's per voorziening, plaatsing en oriëntatie)
  • Overhandig beheeraanwijzingen aan VvE, eigenaar of beheerder
  • Plan monitoring in jaar 1, 3 en 5

Download het ambitiedocument-sjabloon om de KPI's uit de initiatieffase direct vast te leggen, en lees onze uitleg over de ecologische quickscan en het Soortenmanagementplan (SMP).

Veelgestelde vragen

Wat is de Omgevingswet en wanneer trad die in werking?

De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. De wet bundelt 26 wetten en tientallen AMvB's rond de fysieke leefomgeving in één samenhangend stelsel. Voor de bouwsector betekent dit dat vergunningverlening, ruimtelijke ordening en milieu-eisen via één loket en één stelsel verlopen, met vier AMvB's als kern: Bal, Bbl, Bkl en Ob.

Hoe raakt de Omgevingswet biodiversiteit?

De Omgevingswet biedt gemeenten via het Omgevingsplan de ruimte om biodiversiteitseisen op te leggen aan nieuwbouw en renovatie. Daarnaast wordt het Bbl naar verwachting in 2026 aangevuld met fauna-inclusieve verplichtingen, en volgt in 2028 een verdere aanscherping van bouwtechnische eisen. Gemeenten kunnen via het Omgevingsplan ook nu al strengere biodiversiteitseisen stellen dan de landelijke ondergrens.

Wat is de rol van de gemeente in vergunningverlening?

Onder de Omgevingswet is de gemeente in de meeste gevallen bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning. Dat betekent dat de gemeente toetst of het bouwplan voldoet aan het Bbl, het Omgevingsplan en aanvullende beleidsstukken. Voor complexe projecten (Natura 2000-nabijheid, beschermde soorten) werkt de gemeente samen met de provincie en de omgevingsdienst.

Verandert er iets voor bestaande bouwprojecten?

Voor lopende projecten gelden overgangsregels: projecten met een lopende vergunningaanvraag onder het oude stelsel worden onder dat oude stelsel afgehandeld. Voor nieuwe aanvragen vanaf 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet. Bij grootschalige renovaties die na 2026 starten, moet rekening worden gehouden met de verwachte fauna-inclusieve Bbl-eis.

Wat is het verschil tussen de Omgevingswet en de Wet natuurbescherming?

De Wet natuurbescherming is per 1 januari 2024 opgegaan in de Omgevingswet. De inhoudelijke bescherming van soorten, Natura 2000-gebieden en houtopstanden blijft bestaan, maar loopt nu via het spoor van de Omgevingswet. Dit betekent onder meer dat een 'flora- en fauna-ontheffing' nu een 'omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit' heet en via het DSO wordt aangevraagd.

Omgevingswet-proof bouwen — wij begeleiden

Werkt u aan een project onder de Omgevingswet en wilt u weten hoe u biodiversiteitsvereisten van Bbl, Omgevingsplan en gemeentelijk beleid integraal aanpakt? LibiBouw begeleidt van ambitie tot borging in bestek en beheer.

Plan een oriëntatiegesprek

Contactgegevens

Heb je vragen of wil je direct aan de slag? Ik ben bereikbaar via verschillende kanalen.

Telefoon

06 10606344

KVK Nummer

89824164

Volg LibiBouw op

Stuur een bericht